Achtergrondinformatie

In december 2013 heeft de gemeente besloten het accommodatiebeleid te veranderen. De aanleiding voor deze verandering was ingegeven door  de volgende factoren:

1.    Veroudering gebouwenbestand

Gebouwen verouderen technisch, waardoor relatief steeds meer geld nodig is om deze te onderhouden. Ook in functioneel opzicht treedt veroudering op als gevolg van veranderingen in de vraag. Om vraag en aanbod op elkaar te laten aansluiten, dient periodiek een wijziging van de gebouwenvoorraad plaats te vinden.

2.   Demografie

Vergrijzing en ontgroening hebben hun effecten op de vraag naar maatschappelijke accommodaties. Denk bijvoorbeeld aan terugloop van leerlingenaantallen.

3.    ‘Vastgoedbubble’

‘Vastgoedbubble’ is het verschijnsel dat gemeenten in hun begroting niet vanzelfsprekend rekening houden met reserveringen voor het vernieuwen van vastgoed. Risico is dat gebouwen in dat geval zijn afgeschreven, zonder dat reserveringen zijn gedaan voor de vervanging.

4.   Bezuinigingen

Iedere gemeente heeft als gevolg van de economische situatie te maken met een terugval in inkomsten. Dit leidt ook bij het maatschappelijk vastgoed tot een kritische benadering van baten en lasten.  Deze factoren hebben erin geresulteerd dat de gemeente een aantal nieuwe criteria voor het accommodatiebeleid heeft vastgesteld. De belangrijkste daarvan zijn:

4.1.    Bezuinigingen

Alleen wanneer vanuit behoefte, kwaliteit en gezonde exploitatie een basis bestaat voor instandhouding/vernieuwing van accommodaties heeft de gemeente een rol.  

In het ‘oude’ accommodatiebeleid zijn relatief veel accommodaties aangemerkt als ‘basisaccommodaties’ voor iedere kern. Het ging hierbij om de accommodaties voor basisonderwijs, gym, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, buitensport en ontmoeting. In het ‘vernieuwde’ accommodatiebeleid worden geen basisaccommodaties meer aangemerkt, maar bij iedere investering in accommodaties wordt kritisch gekeken naar hetgeen wat vanuit behoefte, kwaliteit en exploitatie verantwoord is.

4.2.   Geen kerntaak betekent geen vastgoedrol voor de gemeente

Eigendom, beheer, onderhoud en exploitatie zijn divers geregeld, met in wisselende mate een rol van de gemeente Lochem versus het maatschappelijk veld. Deze situatie is veelal historisch zo gegroeid en is niet eenduidig en transparant. Naar de toekomst wordt gestreefd naar meer uniformiteit, met het oog op gelijkheid richting partijen en efficiëntie in de uitvoering van taken (grotere volumes). Wat betreft de positionering van vastgoedtaken is het uitgangspunt het volgende: 

  • Waar de gemeente geen kerntaak heeft aangaande de activiteiten, worden in principe alle vastgoedrollen neergelegd bij het maatschappelijk veld. In principe investeert de gemeente ook niet in deze private eigendommen. 
  • Waar de gemeente wel een kerntaak heeft, komen beheer en exploitatie in principe zoveel mogelijk bij het maatschappelijk veld te liggen, aangezien dit raakt aan de dagelijkse bedrijfsvoering. Eigendom, groot onderhoud en vernieuwing blijven in principe bij de gemeente liggen, als faciliteerder van maatschappelijke activiteiten.
  • Indien uitdrukkelijke kansen in de markt aanwezig zijn om tot een verantwoordelijke overdracht van eigendom, groot onderhoud en vernieuwing te komen, kan dit worden overwogen. Dit mag niet ten koste gaan van de maatschappelijke activiteiten en financieel moet er sprake zijn van een gelijkblijvende of betere situatie.

4.3.    Sluitend model

Binnen de op te stellen uitvoeringsplannen voor onderwijs en voorschool, sport, welzijn en cultuur wordt zoveel als mogelijk gestreefd naar budgetneutraliteit. Dit impliceert dat de investeringen in de vernieuwing (renovatie, uitbreiding, nieuwbouw) zoveel als mogelijk (als het verantwoord is) worden gefinancierd met de besparingen die zijn behaald. 

Toepassing van de vernieuwde kaders voor het accommodatiebeleid betekent dat de gemeente op grond van haar wettelijke plicht alleen verantwoordelijkheid draagt voor de huisvesting voor:

  • Basisonderwijs (schoolgebouw)
  • Bewegingsonderwijs (gymzaal).

Realisatie: Notrot Media